Lopende onderzoeken

 

Cannabis bij eerste psychose:

Onderdeel van het GROUP (Genetic Risk and Outcome of Psychosis, www.group-project.nl) onderzoek, wat kijkt naar de kwetsbaarheidfactoren en de beschermende factoren voor a)het ontwikkelen van een psychotische stoornis en b) de variatie in het beloop van de stoornis. De analyse wordt vooral gericht op het cannabis gebruik.

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer:

Bij het GROUP onderzoek wordt momenteel gewerkt aan de tweede meting. De patiënten die nu worden opgeroepen waren ongeveer 3 jaar geleden in behandeling bij Zorglijn Vroege Psychose. Naast neuropsychologische taken die gaan over aandacht, concentratie, en geheugen worden interviews af genomen die gaan over hoe het met de deelnemer gaat wat betreft klachten, alcohol en drugsgebruik en sociaal functioneren. Verder wordt er bloed af genomen voor genetisch onderzoek en wordt de deelnemers gevraagd wat urine in te leveren voor onderzoek naar drugsgebruik.

 

Hechting en psychose:

De relatie tussen gehechtheidstijl (manier waarop mensen relaties vormen) en functioneren bij patiënten met een psychotische stoornis.

Onderzoek naar hechting kan inzicht verschaffen met betrekking tot de ontwikkeling, het beloop en behandeling van psychoses.

Bij de deelnemer worden zelfinvullijsten en interviews afgenomen.

 

Stress reductie in pas ontstane schizofrenie:

Groeps cognitieve gedrags therapie of aandacht gerichte stress reductie.

Zijn er aanwijzingen voor verschillen tussen deze trainingen in effecten, uitvoerbaarheid en eventueel ongunstige bijwerkingen bij mensen bij wie pas een psychotische stoornis is ontstaan?

Bij de deelnemer worden zelfinvullijsten en interviews afgenomen.
 
Neurocognitief functioneren bij patiënten met een schizofrenie, patiënten met een verhoogd risico op het krijgen van een psychose en gezonde controles:

In het onderzoek wordt gekeken of mensen met een verhoogd risico op het krijgen van een psychose al problemen in de informatieverwerking hebben (concentratie, verwerkingssnelheid), en of de aanwezigheid van deze problemen het daadwerkelijk krijgen van een psychose voorspelt. Bij patiënten met schizofrenie worden eveneens problemen in de informatieverwerking in kaart gebracht en wordt er gekeken naar het beloop van deze problemen over de tijd. In beide patiëntgroepen zal gekeken worden naar de samenhang van informatieverwerkingsproblemen met eventuele afwijkingen in de hersenen op MRI en dit wordt vergeleken met de controlegroep.

Er worden 2 psychologische testen van 1 uur worden afgenomen, er wordt eenmalig bloed afgenomen en er wordt een MRI scan gemaakt.

 

Tijdige Onderkenning Psychose (TOP)

Lukt het om door middel van een voorlichtingscampagne over psychose en schizofrenie en het openstellen van een laagdrempelig te bereiken telefoonnummer ervoor te zorgen dat de “duur van de onbehandelde psychose” wordt verkort?

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer:

Kort gesprek met de patiënt of behandelaar om te achterhalen hoe lang het heeft geduurd voordat hij of zij adequate hulp heeft gekregen. Dit om de duur van onbehandelde psychose te bepalen en om te bekijken of er lering kan worden getrokken uit het desbetreffende verhaal http://psychoseamsterdam.nl

 

EDIE.NL (early detection intervention evaluation):

Preventie van psychose met een cognitieve gedragstherapie bij hulp zoekende adolescenten met een hoog risico op het krijgen van een psychose.

De beoogde doelen van de studie zijn:

1) identificeren van groepen van hulpzoekende mensen die een ultra hoog risico hebben op het krijgen van een psychose.

2) het evalueren van de effectiviteit van een cognitieve gedragsinterventie ter preventie ven de transitie naar een psychose en/of het verminderen van de aanwezigheid van psychose-achtige ervaringen.

Het is een gerandomiseerde gecontroleerde trial van de samenwerkende centra van de afdeling Klinische Psychologie van het VUMC in Amsterdam, Parnassia in Den Haag, de Zorglijn Vroege Psychose van het AMC, Rivierduinen in Leiden en de GGZ Friesland.

Alle patiënten worden anderhalf jaar gevolgd door de onderzoeker om te kijken of het beter of slechter met hun klachten gaat. Daarnaast worden zij gerandomiseerd verdeeld in twee behandelgroepen, CGT en reguliere behandeling.

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer: bloedafname ten behoeve van DNA bepaling en zelf invulvragenlijsten.

 
Motiverende Gespreksvoering voor familieleden van patiënten met een eerste psychose:

Cannabisgebruik is een voorspeller van een slechte behandeluitkomst bij een eerste psychotische episode en leidt tot een vijandige en afkeurende houding bij de ouders naar de patiënt naar toe. Wij hebben een gezinstraining ontwikkeld om het cannabisgebruik te doorbreken en om de spanningen in het gezin te laten afnemen. Deze gezinstraining, genaamd Familietraining Motiverende en Interactievaardigheden (FMI), bestaat uit 2 zittingen psycho-educatie, 6 zittingen interactievaardigheden en 6 zittingen motiverende gespreksvoering. Een groep bestaat uit vijftien familieleden. Patiënten nemen niet deel aan de training. Om de effectiviteit van FMI te bepalen worden de uitkomsten van deze training vergeleken met die van alleen psycho-educatie. Ouders worden willekeurig via loting toegewezen aan de training of aan de psycho-educatie.

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer:

Bij zowel ouders als patiënten worden vragenlijsten afgenomen. Totale duur is ongeveer 45 minuten. Bij patiënten wordt hun daadwerkelijke cannabisgebruik van de afgelopen 3 maanden in kaart gebracht. Er worden verder vragen gesteld naar de verwachtingen en de trek die de patiënten hebben in relatie tot het cannabisgebruik. Tot slot wordt de mate van de stress vastgesteld die de patiënten ervaren in hun relatie met hun ouders.

Bij ouders wordt ook de stress vastgesteld die ervaren wordt in hun relatie met hun kind. Daarnaast wordt in kaart gebracht hoe de ouders de ziekte van hun kind ervaren en hoe zij met de ziekte omgaan. Tot slot is er een kort rollenspel waarin de hulpverlener het kind speelt. Met dit rollenspel wordt vastgesteld in hoeverre ouders motiverende gespreksvoering bij hun kind toepassen.

 
Baseline verschillen in klinische symptomatologie tussen hoog risico patiënten met en zonder transitie naar een psychose.

Bijna afgerond onderzoek betreffende onderzoeken van hoog risico symptomen voor de ontwikkeling van een eerste psychose. Voornamelijk negatieve symptomen, bizarre gedachten en een laag functioneren bleken voorspellende waarden te hebben.

 
Genetische en Farmacologische Aspecten van Executieve Functies bij Schizofrenie:

Bij dit onderzoek worden de hersenactiviteit en functies bekeken voor en na een tijdelijke verlaging van het dopamine niveau. De hersenactiviteit wordt met behulp van een fMRI scan in beeld gebracht. Hersenfuncties zoals aandacht, flexbiliteit, beloning worden hiermee gemeten. Daarnaast zal ook het bloed afgenomen worden voor genonderzoek dat te maken heeft met de aanmaak van dopamine. Het doel van deze studie is om meer inzicht te krijgen in de effecten van het dopaminerge systeem op de executieve functies bij mensen met schizofrenie. We zullen hiermee meer inzicht krijgen in de individuele verschillen in de gevoeligheid van het dopaminerge systeem van gezonde mensen enerzijds en patiënten met schizofrenie anderzijds.

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer:

Twee keer in het AMC aanwezig zijn voor:

*Placebo/AMPT inname, Bloed/Urine afname, fMRI scan,

*Vragenlijsten invullen met betrekking tot stemming tijdens het onderzoek

Vergoeding: De patiënt krijgt per scandag een vergoeding van 50 euro, totale vergoeding dus 100 euro, als hij/zij beide scandagen voltooit.

 

Dopaminerge neurotransmissie bij volwassenen met het 22q11.2 deletie syndroom:

Het 22q11.2 Deletie Syndroom (22q11DS) is een erfelijke aandoening die wordt veroorzaakt door het ontbreken van genetisch materiaal op chromosoom 22. Het gaat om nog onduidelijke redenen gepaard met een verhoogd risico op psychiatrische aandoeningen. Eén van de ontbrekende genen is het zogenoemde COMT gen dat verantwoordelijk is voor afbraak van de stof dopamine. Dopamine komt in het hele lichaam voor, is van belang voor prikkeloverdracht in hersencellen en wordt in verband gebracht met verschillende psychiatrische ziektebeelden. Het is mogelijk dat mensen met 22q11DS moeite hebben met het afbreken van dopamine door een verminderde functie van COMT. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de verhoogde kwetsbaarheid voor bepaalde psychiatrische aandoeningen.

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer: bloed- en urineonderzoek, oogknipperreflextest, fMRI, sMRI, SPECT scan en invullen van vragenlijsten.

Resultaten (publicaties):

Striatal D2 receptor binding in 22q11 Deletion Syndrome: an [123I]IBZM SPECT study. Erik Boot, Jan Booij, Janneke R. Zinkstok, Lieuwe de Haan, Don H. Linszen, Frank Baas,  Thérèse A. van Amelsvoort. Submitted for publication.

 

AMPT-induced monoamine depletion in humans: evaluation of two alternative [123I]IBZM SPECT procedures. Erik Boot, Jan Booij, Gregor Hasler, Janneke R. Zinkstok, Lieuwe de Haan, Don H. Linszen & Thérèse A. van Amelsvoort. Eur J Nucl Med Mol Imaging. 2008 Jul;35(7):1350-6.

 

Disrupted dopaminergic neurotransmission in 22q11 deletion syndrome. Boot E, Booij J, Zinkstok J, Abeling N, de Haan L, Baas F, Linszen D, van Amelsvoort T. Neuropsychopharmacology. 2008 May;33(6):1252-8.

 

Velocardiofaciaal syndroom: een complexe psychiatrische puzzel. Erik Boot, Thérèse van Amelsvoort. TAVG. 24e jaargang nr. 2 Juni 2006.

 

Onderzoek naar de activiteit van hersengebieden en naar de behoefte om cannabis te gebruiken:

Patiënten met schizofrenie, schizoaffectieve of schizofreniforme stoornis worden geïncludeerd.

De bedoeling is dat 20 van hen ook de diagnose cannabismisbruik of –afhankelijkheid hebben, de andere 30 niet. De patiënten worden gerandomiseerd voor medicatie (risperidon of clozapine), dit zullen ze 4 weken volgens protocol gaan gebruiken. Voor de start van de medicatie en na 4 weken gebruik van medicatie zal er een fMRI-scan gemaakt worden waarbij ze verschillende taakjes zullen gaan uitvoeren. De bedoeling van het onderzoek is om te kijken naar craving-verschijnselen en te kijken of die minder worden bij het gebruik van antipsychotische medicatie (en zo ja of er verschil is tussen risperidon en clozapine)

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer: vragenlijsten, 2x fMRI-scan, bloedonderzoek, urine-onderzoek naar THC 3 dagen van tevoren en op de scandag (want het is de bedoeling dat de patiënten 3 dagen niet blowen voor de scan).

 

Gerandomiseerd dubbelblind clozapine-olanzapine onderzoek bij patiënten met schizofrenie en verslaving in Nederland

Onderzoek naar de effecten van clozapine versus olanzapine op verslaving bij patiënten met schizofrenie of een aanverwante stoornis. Verwacht wordt dat door deze medicatie de verslaving afneemt, bij clozapine meer dan bij olanzapine. Het is een dubbelblind gerandomiseerd multicentrisch onderzoek.

In aanmerking komen patiënten met schizofrenie (of schizoaffectieve dan wel schizofreniforme stoornis) en verslaving aan alcohol, cannabis, amfetamines, cocaïne of heroïne tussen de 18 en 50 jaar. Het onderzoek duurt voor de patiënt 6 maanden.

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer:

Er zijn 4 onderzoeksmomenten: baseline, na 4 weken, na 8 weken en na 6 maanden of bij eerdere beëindiging van deelname. Er worden vragenlijsten afgenomen, daarnaast wordt er een urinemonster onderzocht, lichamelijk onderzoek gedaan en lab afgenomen voor leuco’s, spiegels en serum.

 

Biologische markers voor psychose bij patiënten met een hoog risico op psychose:

Onderzoek bij mensen met hoog risico voor psychose/schizofrenie.

Er vindt onderzoek plaats naar dopamine in de hersenen bij hoog risico patiënten en dit wordt vergeleken met gezonde controles. Mogelijk is dopamine medeverantwoordelijk voor psychotische belevingen en zijn hier ook bij hoog risico patiënten al tekenen van te vinden.

Daarnaast vindt er onderzoek plaats naar verschillen in de hersenstructuur en verschillen in de gevoeligheid voor insuline.

Testen/interviews die worden afgenomen bij de deelnemer:

Spect scan, MRI scan, bloedonderzoek, insuline gevoeligheidstest, vragenlijsten, oogknipperreflex test.